Groot was de verrassing toen Jurgen zelf ons zondag stond op te wachten in de luchthaven van Jerez. Hij had van zijn baas een beetje vrij gekregen om ons te komen halen. Hij had zich achter een pilaar verstopt, de deugniet!
Het is een uur rijden en Jurgen wou er niet van profiteren en langer wegblijven dan noodzakelijk. Kwestie van nog eens iets gedaan te krijgen.
Dus gingen we maar ineens mee naar het restaurant. Een mens moet af en toe iets eten ook. Het weerzien met de baas en collega’s was leuk. Grappig ook want het was zo een beetje de toren van Babel.
Waar Jurgen nu woont waren we nog nooit geweest en we hadden er geen flauw benul van wat we er ons moesten bij voorstellen. We horen wel eens straffe verhalen over de “boerenbuiten” waar hij volgens hem gaan wonen is. We waren benieuwd!
Het was al 1 uur ’s nachts toen we in het restaurant konden vertrekken. Het was een zeer lange dag voor ons geweest en het enige dat ons interesseerde was een bed.
Door het donker reden we naar huis. En als ik zeg donker, geloof me dan maar. Pikkedonker. Duizenden sterren en een maansikkel konden echt niet helpen. Na veel bochtenwerk kwamen de landweggetjes. We gingen steil omhoog, maakten een scherpe bocht en gingen dan steil terug omlaag. Jongens, waar had ik dat verdiend? Waren we er nog niet? Bijna.
Plots stonden we stil. We waren er! Waar? Hewel, thuis! Hier? Ja, hier is het! Ok…
Na onze bagage uitgeladen te hebben konden we gaan slapen. Doodmoe. Het bed was alvast goed. Het rolluik werd een beetje opgetrokken, zo kon er een beetje licht binnenkomen want het was er heel donker. Licht? Welk licht? Het was buiten pikkedonker, remember.
Philip sliep vrijwel onmiddellijk maar ik kon de slaap niet goed vatten. Uiteindelijk sliep ik in.
Kukelekuuu! Meuh, meuh! IA, IA! Hiii, Hiiiiii…
Hoe laat is het? Het is verdorie nog donker! Een blik op mijn horloge vertelde me dat het tien over vijf was. Een uurtje later kwam de tractor. Gedaan met slapen.
Toen het licht was zagen we pas waar we waren: midden in het veld. De koeien en paarden lopen hier gewoon langs de voordeur, de kippen komen door het raam kijken.
Rond het veld staan windmolens. Veel windmolens. Heel veel. Er staan ook een paar miljoen zonnebloemen.
Jurgen had niets overdreven. Hij woont werkelijk op de boerenbuiten. Dat het een ander soort verlof zal worden dan we gewoon zijn werd ons heel vlug duidelijk…