
Werkvloerslachtoffers
18 juli 2008Verleden week werd Inge het slachtoffer van agressie, op haar werk. Deze week werd Jurgen het slachtoffer van een voedselvergiftiging. Waar? Op zijn werk…

Verleden week werd Inge het slachtoffer van agressie, op haar werk. Deze week werd Jurgen het slachtoffer van een voedselvergiftiging. Waar? Op zijn werk…

De naam van mijn echtgenoot, Philip, wordt nogal op verschillende manieren geschreven. Meestal is het Philippe maar ook Filip. Ach, op z’n Vlaams, Frans of Engels, wat maakt het uit. Maar het volgende had ik nog nooit gezien:
FHILIPE
Welke taal moet je spreken om zo te heten? Ik dacht eerst dat die omslag niet voor ons bedoeld was

U en P zijn een gepensioneerd koppel dat in onze straat woont. Al de jaren dat wij hier wonen hebben we hen altijd samen zien wandelen en uitrijden met de auto. U is altijd een vrouw geweest die moest laten weten dat ze de duurste wijnen dronken, de beste champagne in Frankrijk gingen kopen en in hotels logeerden die wel zeven sterren moeten gehad hebben. Ze ging altijd gekleed in de duurste outfits. Ze kon er maar gelukkig mee zijn, ieder zijn ding.
De laatste maanden zien we U en P niet veel meer samen en we vinden dat U wel een beetje raar doet. Ze gaat wel tien tot vijftien keer per dag wandelen in de onmogelijkste combinaties van kleren, de handtas stevig tegen zich aangedrukt, gaat een stuk de straat in en staat overal bij stil alsof ze dit alles voor de eerste keer zit. Ze staat dan naar de daken van de huizen te staren alsof ze de meest indrukwekkende gebouwen op haar wandeling ziet. Elke voorhof wordt bekeken alsof het een park is, zelfs de onze… Plots draait ze zich dan om en lijkt niet meer te weten waar ze is of welke kant ze uit moet, gaat dan terug naar huis. Een kwartiertje later doet ze dezlfde toer, nog een keer, en nog eens. Zielig…

Voor we terugkeerden naar België kochten we in de Carrefour van Cádiz een manchegokaas van een kilo en een iets minder wegende caña de lomo. De bedoeling was om hier thuis onder de parasol na te genieten van het verlof met een zuiders hapje en een lekker gekoeld wit wijntje. Een kommetje grote groene olijven en een bord ansjovis zou het geheel vervolmaken.
Maar sinds we terug zijn hebben we eigenlijk nog niet zoveel zon gezien, heeft het heel fel gewaaid en geregend. Ik heb meer zin om stoofpotten, goedgevulde soep en appelmoes te maken dat we dan lekker binnen kunnen opeten met alle ramen en deuren dicht…

Gisterenmorgen was het vroeg dag. We moesten om 7 uur opstaan om terug naar huis te vertrekken. Jurgen had niet veel geslapen ten eerste omdat hij pas om 1 uur thuis gekomen is van het werk en ten tweede omdat er een feestje bij de buren aan de gang was. Ik heb er niets van gehoord.
Na een uurtje rijden stonden we terug op de luchthaven van Jerez. Daar nog vlug met ons drie ontbeten (goede koffiekoeken trouwens) en dan is Jurgen terug naar huis gereden. Heel lang duurt het niet voor we elkaar terug zien. Afspraak in Porto in oktober.
Alles verliep heel goed op de luchthaven, ik heb voor de verandering eens niet gepiept toen ik door de controle ging. De vlucht vertrok op tijd en om 16 uur waren we terug in Duffel. Boodschappen doen was een noodzaak want de muizen lagen dood in de kast.
En nu terug aan het werk!
Foto’s kan je hier vinden.

Toen we deze namiddag terug thuis kwamen bleek dat Jurgen bestolen was. Zijn ganse erwtenplant was leeggeroofd op één enkel erwtje na. Enkel nog wat dorre blaadjes stonden in de bak. Heel waarschijnlijk heeft een koe, geit, paard of ezel de plant opgegeten.
Je kan het de dieren niet kwalijk nemen dat ze op zoek gaan naar een beetje groen voeder want het gras is hier enorm dor. Wanneer de dader een dier is, is het hem of haar vergeven maar wanneer er straks een erwtengeurtje uit één of andere keuken komt…

We willen jullie natuurlijk niet jaloers maken maar het is hier zo om en bij de 35ºC. Vanmorgen maakten we een wandeling van een paar kilometer op het strand langs de zee. Er was gelukkig wel veel wind. Toen we van het strand kwamen voelden we ons op sommige plaatsen een gamba a la plancha, zo verschroeiend was de zon.
Eergisteren maakten we een uitstap naar Cádiz. Dat is hier op een uurtje rijden vandaan. Toen we ’s morgens om negen uur vertrokken was het nog lekker fris maar toen we daar aankwamen werd het ons al heel snel duidelijk dat het puffen zou worden.
Eerst gingen we ontbijten op een gezellig pleintje en dan trokken we langs de voornaamste bezienswaardigheden en het mooie park. Dorst trok ons naar een ander plein en we bleven er dan ook lunchen. Daarna terug de hitte in. Een museum bracht ons terug wat afkoeling.
Na de kathedraal gezocht en uiteindelijk gevonden te hebben op een luttele afstand van de parking reden we terug richting thuis. Eerst zijn we nog wat gaan shoppen in de Carrefour in Bahía Sur.
Om acht uur ’s avonds waren we dan terug in El Almarchal en lieten ons de meegebrachte lasagne en moussaka smaken.
Jurgen heeft maar één vrije dag per week en veel uitstappen maken zit er dus niet in. Maar deze was zeker geslaagd!

Het moet gezegd worden dat het leven op de spaanse buiten een heel groot aanpassingsvermogen van ons gevraagd heeft. Beetje bij beetje is het gebeterd en na een dikke week zijn we het bijna gewoon.
Elke dag rijden we mee met Jurgen naar Zahara de los Atunes waar hij werkt. Daar gaan we wandelen , doen een terrasje en gaan iets eten. Tijdens zijn siesta rijden we mee terug naar El Almarchal, doen ook een dutje en meestal blijven we thuis wanneer Jurgen terug gaat werken. Ik kook dan iets voor ons twee en we kijken een dvd. We slapen hier vrij goed en vooral dat had ik niet verwacht.
Tegen de avond komt meestal de huisbaas van Jurgen langs om iets aan het huis te knutselen en hij probeert dan altijd een babbeltje met ons te slaan. Altijd is dat met wat losse woordjes en gaat het over het weer.
Over dat weer. Het is hier nog niet echt slecht geweest. De eerste week zo’n 32 graden en levantewind. Dat is een zeer droge en hete wind. Wanneer die lang aanhoudt worden de mensen hier een beetje ambetant. Eergisteren is de wind gedraaid en nu is het een beetje frisser, niet meer dan 27 graden.
We kunnen hier nog een weekje profiteren van zon, zee, de campo, sterke koffie, de lekkere tapas en de heerlijke vis. De specialiteit van hier is tonijn en nu wil toch het toeval zijn dat ik juist dat niet lust. Gelukkig kennen ze hier ook andere (grote) vissen.
Wanneer je hier zo’n vis bestelt komen ze die eerst aan je tafel laten zien, stoppen die dan in de oven en komen hem dan terug laten zien alvorens hem te fileren en op een bord te leggen met groenten. Philip vraagt zich af wat ze zouden doen indien je hier een biefstuk bestelt. Eerst de koe laten zien?

Groot was de verrassing toen Jurgen zelf ons zondag stond op te wachten in de luchthaven van Jerez. Hij had van zijn baas een beetje vrij gekregen om ons te komen halen. Hij had zich achter een pilaar verstopt, de deugniet!
Het is een uur rijden en Jurgen wou er niet van profiteren en langer wegblijven dan noodzakelijk. Kwestie van nog eens iets gedaan te krijgen.
Dus gingen we maar ineens mee naar het restaurant. Een mens moet af en toe iets eten ook. Het weerzien met de baas en collega’s was leuk. Grappig ook want het was zo een beetje de toren van Babel.
Waar Jurgen nu woont waren we nog nooit geweest en we hadden er geen flauw benul van wat we er ons moesten bij voorstellen. We horen wel eens straffe verhalen over de “boerenbuiten” waar hij volgens hem gaan wonen is. We waren benieuwd!
Het was al 1 uur ’s nachts toen we in het restaurant konden vertrekken. Het was een zeer lange dag voor ons geweest en het enige dat ons interesseerde was een bed.
Door het donker reden we naar huis. En als ik zeg donker, geloof me dan maar. Pikkedonker. Duizenden sterren en een maansikkel konden echt niet helpen. Na veel bochtenwerk kwamen de landweggetjes. We gingen steil omhoog, maakten een scherpe bocht en gingen dan steil terug omlaag. Jongens, waar had ik dat verdiend? Waren we er nog niet? Bijna.
Plots stonden we stil. We waren er! Waar? Hewel, thuis! Hier? Ja, hier is het! Ok…
Na onze bagage uitgeladen te hebben konden we gaan slapen. Doodmoe. Het bed was alvast goed. Het rolluik werd een beetje opgetrokken, zo kon er een beetje licht binnenkomen want het was er heel donker. Licht? Welk licht? Het was buiten pikkedonker, remember.
Philip sliep vrijwel onmiddellijk maar ik kon de slaap niet goed vatten. Uiteindelijk sliep ik in.
Kukelekuuu! Meuh, meuh! IA, IA! Hiii, Hiiiiii…
Hoe laat is het? Het is verdorie nog donker! Een blik op mijn horloge vertelde me dat het tien over vijf was. Een uurtje later kwam de tractor. Gedaan met slapen.
Toen het licht was zagen we pas waar we waren: midden in het veld. De koeien en paarden lopen hier gewoon langs de voordeur, de kippen komen door het raam kijken.
Rond het veld staan windmolens. Veel windmolens. Heel veel. Er staan ook een paar miljoen zonnebloemen.
Jurgen had niets overdreven. Hij woont werkelijk op de boerenbuiten. Dat het een ander soort verlof zal worden dan we gewoon zijn werd ons heel vlug duidelijk…